Een goed functionerende stad is niet gemodelleerd volgens een hiërarchische boomstructuur, maar kent talloze knooppunten van elkaar overlappende werelden en structuren. De manier waarop de stad als platform functioneert wordt steeds meer beïnvloed door online marktplaatsen, de achterliggende software en haar algoritmes.

De publieke stad

Een van de meest kordate en tegelijk poëtische definities van de stad is afkomstig van de Amerikaanse econome, buurtactiviste en schrijfster Jane Jacobs. Steden, schreef zij, zijn niet hetzelfde als dorpjes maar dan wat groter; of zoiets als een buitenwijk (‘suburb’ in het Amerikaans), maar dan met een wat hogere dichtheid. Het wezenlijke verschil zit ‘m erin dat we in de stad voortdurend omringd zijn door vreemden: door mensen die we niet kennen, niet alleen op een persoonlijk maar ook op categorisch niveau. Dat wil zeggen: we zijn voortdurend omringd door vreemde mensen wier gebruiken, taal, religie, gewoontes, enzovoort ons deels onbekend zijn.

Precies in die essentie zit zowel de aantrekkingskracht als ook de opgave van de stad. Aantrekkingskracht, want die vreemden zijn vaak precies die mensen naar wie we op zoek zijn. Zij willen misschien onze handelswaar kopen. Ze kunnen ons iets leren. Ze lopen rond met de andere helft van een sluimerend, maar nog onuitgewerkt idee. Ze hebben vaardigheden of inzichten die we nodig hebben om onze eigen doelen te verwezenlijken. Met andere woorden: de stad functioneert als een markt. Of preciezer: als een verzameling van uiteenlopende marktplaatsen, en dan niet alleen in economische zin. De stad is ook een verzameling van uitwisselingsplekken op het gebied van cultuur, onderwijs, de liefde, vrijetijdsbestedingen, en ga zo maar door. Juist doordat al die marktplaatsen kriskras doorelkaar lopen, ontstaan in de stad voortdurend nieuwe verbindingen.

Om het met een andere veelgebruikte metafoor te zeggen: De stad functioneert als een platform. Of poëtischer gezegd, in de woorden van Jacobs tijdgenoot Christopher Alexander: ‘A city is not a tree’. Een goed functionerende stad is niet gemodelleerd volgens een hiërarchische boomstructuur, maar kent talloze knooppunten van elkaar overlappende werelden en structuren. Ze faciliteert met haar infrastructuur en ontmoetingsplekken een raamwerk waarbinnen al die ontmoetingen en uitwisselingen plaats kunnen vinden. Van shopping mall tot discotheek, van netwerkborrel in het Central Business District tot supportershome bij het stadion, van muziekschool tot universiteit.

Dat raamwerk is grotendeels ruimtelijk georganiseerd. Door een complex proces van planning, beleid, commerciële en maatschappelijke initiatieven en individuele toe-eigening in het alledaagse leven, is in de stad een netwerk van plekken ontstaan met specifieke functies. De ene subcultuur speelt zich af in dit of dat straatje, startende ondernemers ontmoeten elkaar in dat ene café, voor groenten en fruit kunnen we terecht op die of deze locatie. En al die netwerken overlappen elkaar weer gedeeltelijk waardoor de paden van stedelingen elkaar voortdurend kruisen. Dat geheel is geen statisch gegeven, maar een complex systeem. Nieuwe subculturen, bedrijven, alledaagse manieren van doen komen op en vinden dankzij de manier waarop de stad als platform functioneert hun eigen uitwisselingsplekken.

 

Lees het volledige essay op Platform 31.

Martijn de Waal ‘De stad is geen algoritme’ Essayreeks Agenda Stad – Filosofen agenderen de stad Ministerie van Binnenlandse Zaken & Platform 31.